Wie stil blijft staan, verliest

Jeroen van Glabbeek
CM.com
CM.com is wereldwijd actief in communicatie- en betaaltechnologie. Vanuit vijftien landen werken ruim 700 mensen aan oplossingen voor bedrijven en consumenten. Oprichter en CEO Jeroen van Glabbeek vertelt over de impact van AI, de definitie van innovatie en de opgave voor Breda.
Wie de CM-campus in Breda bezoekt, ziet een ecosysteem ontstaan. Elk van de zeven gebouwen heeft zijn eigen specialisatie. De buitenruimte wordt binnenkort vergroend, er zit een sportschool naast, en met ’t Zoet als buurgebied is er straks een innovatie-lijn naar het centrum. “We zitten al 26 jaar in deze stad,” vertelt Jeroen van Glabbeek, mede-oprichter en CEO van CM.com. “Mijn compagnon en ik deden mee aan een businessplan-wedstrijd. Onze inzending: sms’jes versturen om discotheken te promoten; Club Message noemden we dat. We kregen een laag cijfer, maar het idee bleek goud waard. Inmiddels verwerken we zo’n acht miljard berichten per jaar: we zijn wereldwijd nummer drie in WhatsApp-verkeer en nummer zes in sms.”
Innovatie = snelheid
De wereld van CM.com draait om snelheid. En die snelheid, zegt Van Glabbeek, is precies waar het bij innovatie om gaat. “AI is een complete reset voor de wetenschap. De kennis is overal tegelijk beschikbaar – wat wij in Breda lezen, lezen ze ook in China of de VS. In dat opzicht lopen we niet achter, we hebben dezelfde toegang. De vraag is: hoe snel kun je het toepassen?”
Voor hem ligt daar de kern van het Innovatiedistrict: “Innovatie is tempo maken en experimenteren. In onderzoek mag iets vijf jaar duren; bij technologie is vijf weken al lang. Het verschil tussen winnen en verliezen zit ’m in snelheid. Dat moet het district mogelijk maken: directe toegang tot labs, kennis, mensen en faciliteiten. Als een bedrijf morgen iets wil testen, moet dat morgen kunnen.”
Waar gaan de autonome auto's en medische robots doorbreken? In de gemeente die het testen ervan toelaat.
Jeroen van Glabbeek
Faalbereidheid als voorwaarde
Van Glabbeek benadrukt dat een innovatiedistrict niet maakbaar is. “Je kunt het niet tekenen op een kaart en zeggen: hier vindt innovatie plaats. Het moet ontstaan. En dat lukt alleen als de cultuur goed is. Faalbereidheid hoort daarbij. Er gaat meer fout dan goed, maar daar leer je van. Dat vraagt iets van de politiek, want fouten maken is niet populair. Toch is het essentieel. Waar gaan de autonome drones en auto’s, of de medische robots doorbreken? In de gemeente die het testen ervan toelaat.”
Om die snelheid te bereiken, moet de drempel omlaag. “Alles wat tijd kost in een bedrijf – personeel zoeken, financiering, vergunningen – moet worden weggenomen. Ondernemers moeten zich kunnen focussen op wat er echt toe doet: technologie ontwikkelen. Dat vraagt om ontzorging, om omstandigheden die succes vergroten. En om een netwerk waarin mensen elkaar weten te vinden. Want innovatie is uiteindelijk mensenwerk. AI, robotica, de cloud; ze versnellen alles, maar het zijn mensen die betekenis geven aan innovatie.”
Daarin ziet hij een rol voor het district: “We zoeken nu vaak te ver weg naar samenwerking of talent. Het zit niet in ons systeem dat de beste mensen misschien hier om de hoek zitten. Het Innovatiedistrict kan helpen die korte lijnen te versterken, binnen Brabant, de Benelux en Europa. Een sterke lokale keten maakt ons internationaal sterker.”
Relevant blijven als stad
Volgens Van Glabbeek is de keuze van Breda voor Toegepaste Technologie en Creativiteit (TT&C) precies goed. “Dat ‘toegepaste’ maakt het verschil. Hier wordt technologie niet alleen bedacht, maar meteen gebruikt. Daar zit de waardecreatie. Wij doen dat ook: van QR-codes op collectebussen tot mobiele betalingen – digitale oplossingen die mensen in de praktijk verder helpen. AI en robotica zullen daar steeds meer deel van uitmaken, in productontwikkeling, klantenservice en zelfs creatieve processen.” Zijn boodschap sluit aan bij de opgave om als stad en regio relevant te blijven. “Wie stil blijft staan, verliest. Dat geldt voor steden net zo goed als voor bedrijven. Breda heeft nu de kans om in die versnelling mee te gaan. Het Innovatiedistrict is daarbij het vliegwiel.”
Succesmomenten
Volgens Van Glabbeek vraagt die ontwikkeling om een andere manier van denken. “We plannen nu vaak alsof alles over zoveel jaar af moet zijn. Maar innovatie werkt niet op één tijdlijn. Je hebt succesmomenten op de korte, middellange én lange termijn nodig. Een eerste gebouw, een eerste bewoner, een eerste doorbraak. Die zichtbare stappen geven energie.”
En minstens zo belangrijk: trots. “Ambitie is leuk, maar je moet het ook laten zien. Delen wat er lukt, mensen meenemen. Ik zou willen dat er straks bussen vol mensen naar Breda komen om te zien wat hier gebeurt. Rondleidingen, showcases, een experience – laat zien dat het kan.”





